Vanaf 1 januari 2010 moet je voor je kunt deelnemen aan reddingshondexamens (IPO-R) in het bezit zijn van het VZH-diploma (Verkeerszekere hond).

 

Het VZH-examen bestaat uit 2 delen: appèl en een praktijkgedeelte op de openbare weg. Hierbij moet je voor het eerste deel (appèl) geslaagd zijn om door te mogen naar het praktijkgedeelte.

 

Het appèl bestaat uit:

-      Aan de lijn volgen met tempowisselingen (langzame en versnelde pas)

-      Vrijvolgen met tempowisselingen

-      Volgen door een groep van 4 personen (aan de lijn en los)

-      De zitoefening, de vrij volgende hond gaat na 10-15 passen op commando van de geleider zitten. De geleider loopt hierna 15 passen door en keert zich om naar de hond. Hierna haalt hij de hond weer op.

-      De afoefening, de vrij volgende hond gaat na 10-15 passen op commando van de geleider liggen. De geleider loopt hierna 30 passen door en keert zich om naar de hond. Vervolgens roept hij de hond bij zich.

-      De af- en blijfoefening terwijl een andere hond de hierboven beschreven oefeningen uitvoert.

 

Het praktijkgedeelte bestaat uit:

-      Ontmoeten van personen: de geleider loopt met zijn aangelijnde hond op de openbare weg en wordt de pas afgesneden door een persoon. Vervolgens lopen zij door een groep van 6 personen en maken daar een praatje en geven iemand een hand. De hond moet zich hierbij rustig gedragen.

-      Gedrag tegenover een fietser: de geleider loopt met zijn aangelijnde hond op de weg en wordt ingehaald door een bellende fietser. Hierna keert de fietser en rijdt de geleider met de hond tegemoet. De hond moet zich rustig gedragen.

-      Gedrag tegenover auto’s: de geleider loopt met zijn aangelijnde hond meerder auto’s voorbij. Daarbij wordt een auto gestart, bij een andere auto slaat een portier dicht. Terwijl de geleider met zijn hond verder loopt stopt een auto naast hen en vraagt de chauffeur de weg. De hond moet op teken van de geleider rustig gaan liggen of zitten en zich rustig te gedragen tegenover het verkeer en bijbehorende geluiden.

-      Gedrag tegenover joggers: de geleider loopt met zijn aangelijnde hond op de weg. Tenminste 2 joggers lopen hen voorbij, als zij uit het blikveld zijn verdwenen komen 2 joggers de geleider met de hond tegemoet. De hond mag de joggers niet hinderen.

-      Gedrag met andere honden: tegenover een voorbijkomende  en een tegemoetkomende hond met geleider moet de hond zich neutraal gedragen.

-      Gedrag van een alleen achter gelaten hond: de geleider legt zijn hond aangelijnde hond na een korte wandeling vast aan een boom, een paal of iets dergelijks. De geleider verdwijnt uit het zicht van de hond. Tijdens de afwezigheid van de geleider loopt een voorbijganger met een hond op korte afstand voorbij. De alleen gelaten hond moet zich rustig gedragen en de voorbij lopende hond zonder provoceren laten passeren.

 

 

Voor het appèlgedeelte moet men minimaal 42 van de 60 punten behalen om te slagen. Voor het praktijkgedeelte worden geen punten gegeven maar alleen de kwalificatie geslaagd of afgewezen.