Bij het vlakterevieren wordt de honden geleerd systematisch een bos- en/of heidegebied af te zoeken naar liggende of zittende personen.

 

Voor de hond is ieder liggend of zittend persoon een "slachtoffer". Lopende of staande personen zullen door de hond worden genegeerd.

 

De hond zal doormiddel van een verwijzing aan de geleider duidelijk maken dat hij een "slachtoffer" heeft gevonden.  Het verwijzen kan op diverse manieren gebeuren:

* blaffen

  De hond blijft bij het slachtoffer en gaat aanhoudend blaffen tot de geleider bij hem en slachtoffer is aangekomen.

* bringselen

  De hond krijgt, zodra hij begint met zoeken, een lederen kokertje, het bringsel, aan zijn halsband bevestigd. Zodra de hond een "slachtoffer" heeft gevonden neemt hij het bringsel in zijn bek en keert terug naar de geleider. Deze neemt het bringsel van de hond af en volgt zijn hond die   terugkeert naar het  "slachtoffer".

* leegverwijzen

  De hond vertoond een aangeleerd gedrag, bijvoorbeeld bij het "slachtoffer" gaan staan, waarmee hij aan de geleider duidelijk maakt dat het "slachtoffer" is gevonden. Tijdens de trainingen wordt de hond altijd beloond doormiddel van zijn speeltje. Slachtoffers zijn altijd in het bezit van het speeltje van de hond. Voor de hond is het zoekgebeuren één groot spel, het zoeken gebeurt niet onder plicht. Hierdoor is de hond in staat om ook langere tijd enthousiast aan het werk te blijven.

 

Er kan op 3 niveaus examen worden gedaan:

* Geschiktheid-vlakterevieren

  De hond moet in een bosgebied van 5000 1 slachtoffer zoeken en verwijzen in maximaal 10 minuten.

* Vlakterevieren-A

  De hond moet in een bosgebied van 100 x 200 meter 2 slachtoffers zoeken en verwijzen in maximaal 15 minuten.

* Vlakterevieren-B

  De hond moet in een bosgebied van 35.000 tot 40.000 3 slachtoffers zoeken en verwijzen in maximaal 30 minuten.

 

Alle examens bestaan ook uit een appèl- en hindernisgedeelte.