Bij het speuren wordt de honden geleerd een uitgelopen spoor van een persoon te volgen,
verloren voorwerpen te verwijzen of op te pakken en de persoon aan het eind van het spoor te verwijzen.

Het verwijzen van de voorwerpen kan door er bij te gaan liggen, zitten of te blijven staan.
De hond mag de voorwerpen ook oppakken en ermee gaan zitten, blijven staan of naar de geleider brengen.

Het slachtoffer kan worden verwezen door te blaffen of te bringselen.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Er kan op 3 niveaus examen worden gedaan:

* Geschiktheid-speuren

  De hond moet een 20 minuten oud spoor van 400 passen, gelegd door zijn geleider, met 2 hoeken en 3 voorwerpen uitwerken in maximaal 15 minuten. De aanzet van het spoor is gemarkeerd.

* Speuren-A

  De hond moet een 90 minuten oud spoor van 1000 passen, gelegd door een spoorlegger, uitwerken in maximaal 20 minuten. Het spoor is gelegd op wisselend terrein en bevat 4 hoeken en 5 verloren voorwerpen. Aan het eind van het spoor ligt een slachtoffer. De aanzet van het spoor ligt in een vak van 20 x 20 meter, gemarkeerd door een identificatievoorwerp.

* Speuren-B

  De hond moet een 180 minuten oud spoor van 2000 passen, gelegd door een spoorlegger, uitwerken in maximaal 45 minuten. Het spoor is gelegd op wisselend terrein en bevat 8 hoeken en 8 verloren voorwerpen. Aan het eind van het spoor ligt een slachtoffer. De aanzet van het spoor ligt in een vak van 30 x 30 meter, gemarkeerd door een identificatievoorwerp.

 

Alle examens bestaan ook uit een appèl- en hindernisgedeelte.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 



Afliggen bij het gevonden voorwerp